Ponypark

Onze oudste is nogal gek op paarden. Op zich geen slechte reden om op familieweekend te gaan naar Ponypark City.

WP_20160401_024

Auto volgeduwd met alle benodigheden (uitgezonderd wc-papier, washandjes, bakboter, koffie, koffiefilters, afwasmiddel en voldoende cash) en vertrokken richting Noord-Nederland.

Noord-Nederland, dat is drie en een half uur onderweg met een overenthousiaste kleuter en peuter op de achterbank. Dankzij een GPS die in 2006 zijn laatste kaartupdate gezien heeft wordt dat al snel vijf uur gekrijs, getier, roepende dan wel bijna huilende ouders en meer waarom-vragen dan een mens in één leven beantwoord krijgt.

  •  ‘Zijn we al in Nederland?’
  • ‘Ja jongen’
  • ‘Naar welk land gaan we nu?’
  • ‘We blijven in Nederland jongen, we moeten nu gewoon heel Nederland doorrijden en dan zijn we er’
  • ‘Ok’
  • ‘Zijn we al in Nederland?’

Eindelijk aangekomen en net geen kindermoord later rijden we gezwind richting bungalow. Waar na enige inspectie geen diepvriezer aanwezig blijkt. Weg utopia van gin- en campari-tonic on the rocks. Hallo plakbek door ondermatig gekoelde drank.

Tijd om de pony af te halen. Naar de stallen, papiertje afgeven, pony ontvangen, blije kinders. Elk om beurt op de rug, terug naar de bungalow. Pony vastbinden, pony eten voorschotelen, vaststellen dat de pony een hengst is aangezien hij je broek en schoenen onderpist terwijl je de jongste er probeert op te zetten (ik had verwacht dat het allemaal merries zouden zijn en bij merries komt het er langs vanachter uit, niet vanonder. De hoeveelheid pipi die een ponyblaas kan bevatten is verbazend).

Next: wandeling met pony door het park. Dat is buiten de pony gerekend, die generaties ouders met kinderen achter de kiezen heeft en weigert ook maar één poot te verzetten. Trekken aan de teugels, duwen tegen de kont, smeken, bidden, roepen, aaien, maakt niet uit: pony heeft er geen zin in. Omkopen dan maar. Wat gewapper met brood voor zijn bek en het beest komt in beweging. Kinders om beurten op de rug,  speeltuinen passeren, good times. Daarna iedereen op tijd in bed (bed = tot tweeslaper uitplooibare bank met matrassen uit plastic die garant staat voor nek- en rugpijn en een badje van zweet) en morgen fris en monter weer op.

De volgende morgen meteen na het ontbijt richting stallen om de pony op te halen. Voor dat kan moet de Hollandse Grundlichheit nog even dwarsliggen. Blijkbaar volstaat het papiertje niet langer, we hebben een papiertje met stempel nodig. Teh missus blijft achter met twee dreinende kinderen, ik ga een stempel scoren. Daarvoor moet ik eerst een Amerikaans show doorstaan (‘Klappen!’, ‘Hoera!’, ‘Applaus!’, ‘Wuiven naar de meneer in het golfkarretje!’) en vervolgens temidden van paardenkak netjes in een kring gaan staan. Een half uur later heb ik de obligatoire stempel en kunnen we de pony afhalen voor dag twee. Teh missus is onderwijl in de rij voorbijgestoken door een koppel moedige Belgen, die nu een erfvijand rijker zijn.

Om op dag drie de vijfhonderd kilometer lange rij aan de ponystallen te vermijden besluiten we eerste een potje minigolf te spelen. Na vier banen zijn enkel ik en teh missus nog over, de kinders staan te staren naar alle pony’s die niet de hunne zijn. Achttien holes verder heeft teh missus haar eerste overwinning ooit in om het even welk spel op zak en worden er foto’s getrokken van de scoreblaadjes.

Mijn sigaretten zijn ondertussen op. En mijn cash voor de sigarettenautomaat ook. Dan maar vragen aan de juffrouw van de ontleenbalie of ik met mijn bankkaart geld kan afhalen. ‘Neen mijnheer, dat kan niet, daarvoor moet u Ponypark City verlaten en naar het volgende dorp gaan.’ Ok, jammer, so be it. Tot ik de clubs van de minigolf terugbreng. Plotsklaps krijg ik de 5 euro waarborg per stick (die ik met mijn bankkaart betaald heb) cash terug. Zodus, voor wie geld wil afhalen in Ponypark City: gewoon genoeg golfclubs ontlenen (bedrag dat u nodig hebt gedeeld door vijf) en meteen weer inleveren en tah-dah: cash! Gaming the system enzo.

Dag drie, dat wil ook zeggen: terug naar huis. Nadat de jongste eens overbokt is door een geit in de kinderboerderij duwen we al het gerief en de kinders weer de wagen in. Na vier uur rijden, menig scheldtirades en pruillippen later vallen de kinderen in slaap. Op het moment dat we na driehonderd kilometer eindelijk de afrit Aalst nemen, that is.

Ponypark City, ik denk dat we met een traditie gestart zijn.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s